Je lijf heeft zijn eigen taal

Je lijf praat mee. Onze taal wist dat al eeuwen.

Zwartwit foto van de achterkant van een vrouw die met handen in haar haar zit
 

Iets op je lever hebben.
Ergens mee in je maag zitten.
Een brok in je keel voelen.

Onze spreekwoorden verraden het al eeuwen: het lijf praat mee.


Best bijzonder eigenlijk. We doen soms alsof luisteren naar je lichaam een nieuwe ontdekking is, maar als je goed kijkt, wisten we dit allang. En onze taal is daar behoorlijk duidelijk over. Hij zit namelijk vól met verwijzingen naar de wisselwerking tussen emoties en ons lijf.

We zeggen dat spanning op de maag slaat, dat je er buikpijn van krijgt. Dat verdriet in de keel kan blijven hangen, als een brok die je niet zomaar wegslikt. Dat frustratie je gal laat spuwen. Alsof we intuïtief altijd al begrepen dat emoties, stress en ervaringen niet alleen in je hoofd leven, maar zich gewoon ergens in het lichaam nestelen.

Meestal begint het lijf al te fluisteren ruim voordat wij bereid zijn te luisteren.

Een onrustige buik. Strakke schouders. Een borstkas die net iets minder vrij voelt. Kaken die zich aanspannen. Vermoeidheid die dieper zit dan “ik heb gewoon slecht geslapen”. Of wat dacht je van een keel die dicht lijkt te slaan zodra je iets wilt zeggen wat blijkbaar belangrijker is dan je dacht.

Het lichaam is zelden vaag. We zijn alleen een beetje verleerd om het echt te begrijpen, om de taal van ons lichaam echt te verstaan.

Van voelen naar functioneren

We leven in een wereld die dol is op hoofdwerk. Denken, plannen, analyseren, doorpakken, optimaliseren - you know the drill. Handig, absoluut. Maar het maakt het ook verleidelijk om het lichaam vooral te zien als iets dat moet meewerken. Het liefst zonder al te veel gedoe.

Een lijf dat moe is, moet energieker.
Een lijf dat gespannen is, voelt al snel lastig.
Een lijf dat protesteert, komt altijd een beetje ongelegen.

Dus negeren we signalen, praten we ze kleiner, of nemen we een paracetamol zodat we weer door kunnen. Terwijl ons lijf ons juist iets probeert te vertellen.

Dat iets te veel is. Dat iets niet klopt. Dat iets gevoeld wil worden.

Een beetje roestig

Misschien is het wat te stellig om te zeggen dat we de taal van het lichaam helemaal kwijt zijn. Misschien is het beter om te zeggen dat we er gewoon minder vloeiend in zijn geworden.

Een beetje zoals de eerste dagen op vakantie in Frankrijk. Bonjour lukt nog wel, maar de rest moet van ver komen. Na een paar dagen gaat het vaak alweer soepeler. Dus het zát er nog wel, het moest alleen even afgestoft worden.

Zo is het misschien ook met luisteren naar je lijf. Want we zeggen allemaal wel eens “ik heb er buikpijn van” of “dit voelt niet goed”. We staan misschien minder stil bij wat we daarmee eigenlijk zeggen, maar dat zijn geen loze zinnen. Dat zijn mini-signalen, verpakt in alledaagse taal. Dus we zéggen ze nog wel, maar we doorvoelen ze misschien minder goed. Of we handelen er in ieder geval minder naar.

Vroeger leefden we misschien vanzelfsprekender meer in contact met ons lichaam. Minder afleiding en schermtijd, minder haast, minder afgesneden van ons natuurlijke ritme en de seizoenen. Nu leven we vaak vanuit ons hoofd en onze agenda, en verwachten we dat ons lijf zich daaraan aanpast.

Een tikje ambitieus, als je het mij vraagt. Want dat kan je wel willen, maar je lijf trekt zich daar uiteindelijk niks van aan.

Je lichaam als raadgever

Luisteren naar je lijf betekent trouwens niet dat elk pijntje meteen iets groots hoeft te worden of dat elk ongemak spiritueel verklaard moet worden. Het betekent eerder dat je weer nieuwsgierig wordt.

Wat voel ik eigenlijk? Wáar voel ik het? En vooral: wat probeert mijn lichaam te vertellen?

Dat soort luisteren vraagt wat aandacht. Wat vertraging. En misschien een beetje eerlijkheid, want soms weet je lichaam iets al eerder dan je hoofd het toe wil geven.

Sta wat vaker stil

En misschien is dat ook wel de uitnodiging.
Niet om alles te verklaren. Of om van elk gevoel een project te maken.
Maar om iets vaker stil te staan bij wat je lijf al die tijd al probeert te zeggen.

Misschien zit er iets op je lever of misschien ligt er iets op je maag.
Misschien wil je hart ergens iets over kwijt.

De taal van ons lichaam is een taal die we ons weer mogen herinneren. Die we weer mogen leren spreken én verstaan. Want eigenlijk is dít onze echte moedertaal.

 

Lees ook